VRAGEN EN ANTWOORDEN

 

W.C. te K. - Is het geoorloofd om geld aan te nemen van de wereld voor Christelijken arbeid?

 

Wij mogen zeker bij ongeloovigen niet de gedachten wekken, dat zij door gelden bij te dragen voor de dingen Gods de zaligheid zouden kunnen verwerven, die God geeft "zonder prijs en zonder geld." Petrus zei tot een onbekeerd man: "Uw geld zij met u ten verderve, omdat gij gemeend hebt, dat de gave Gods door geld verkregen wordt." (Hand. 8 : 20.) Johannes spreekt in zijn derden brief (vs 7.) over arbeiders, uitgegaan voor den Naam, en zegt van hen, dat zij niets namen van die uit de volken.

Maar er zijn vele vriendelijke harten in de wereld, en God kan ze gebruiken om Zijn kinderen te helpen door gaven of daden. Toen Paulus en zijn gezelschap schipbreuk hadden geleden op het eiland Malta, bewezen zij hun geen gewone vriendelijkheid te midden van regen en koude. (Hand. 28 : 1 en 2.) De dienstknechten Gods aanvaardden deze hulp met dank, want zelden werden destijds de eigendommen of levens van schipbreukelingen beschermd.


G.H. te H. - Wat beteekent het woord uit Matth. 7 : 11: "Oordeelt niet, opdat gij niet geoordeeld wordt"?

 

De Heer veroordeelt hier het zeer dikwijls bij ons voorkomende oordeelen over elkanders motieven. Alleen Hij kent het hart. Hij zal eens het verborgene oordeelen. Daarom moeten wij niet vr den tijd oordeelen. (1 Kor. 4 : 5). Ook moeten we anderen niet oordeelen in betrekking tot eten en drinken. We zullen allen voor den rechterstoel Gods gesteld worden, en moeten de slechte gewoonte van critiek uitoefenen nalaten. (Rom. 14: 3, 4, 10.)

Jakobus zegt: "Spreekt geen kwaad van elkander, broeders! Wie van een broeder kwaad spreekt, of zijn broeder oordeelt, spreekt kwaad van de wet, en oordeelt de wet." Want de wet oordeelt alleen wanneer er openbare schuld is. Hoe kunnen wij de beweegredenen beoordeelen? Daardoor veroordeelen we zonder het ware te weten. Er is En Wetgever en Rechter, die behouden en verderven kan. "Doch wie zijt gij, die den naaste oordeelt?"

Het door u genoemde woord uit de Bergrede moet gezien worden in het licht van Christus' voorbeeld. De Heer Jezus heeft gezegd: "En indien iemand Mijn woorden hoort en niet bewaart, Ik oordeel hem niet." (Joh. 12 : 47.) Hij oordeelde zelfs Zijn vervolgers niet, maar gaf Zich over aan Hem, die rechtvaardig oordeelt. (1 Petr. 2 : 23.) De Heer Jezus waarschuwt Zijn discipelen voor den geest der farizen, die bij zichzelf vertrouwden, dat zij rechtvaardig waren, de anderen minder godsdienstig achtende dan zichzelf. (Luk. 18 : 9.) Diezelfde geest werd ook onder de heidenen gevonden. (Rom. 2 : 1.) "Houd u bij uzelven, naak tot mij niet, want ik ben heiliger dan gij!" (Jes. 65 : 5.)

"Met welk oordeel gij oordeelt, zult gij geoordeeld worden; en met welke maat gij meet, zult gij gemeten worden." (Matth. 7 : 2.)