MENSCHEN RONDOM JEZUS

Johannes 1 : 36-50

 

In contact met Christus.

Een belangrijk onderwerp in onzen benarden en roerigen tijd.

Om vrede te hebben met God, vrede met ons lot te midden van het dreigend wereldgebeuren en van al de moeilijkheden die ons persoonlijk deel zijn, is verbinding met Christus van de grootste beteekenis. Christus moet zijn ons levensgeluk, ons levensvoorbeeld, ons levensdoel, onze levenskracht.

Contact met Christus wil zeggen: met Hem in verbinding gebracht en in aanraking blijven. Het wil niet zeggen, dat we geen aandacht hebben voor het gewone leven met zijn aardsche dingen, maar het wil zeggen, dat we bij alles uitgaan van Christus. Paulus zegt: "Zoekt de dingen, die Boven zijn, waar Christus is, zittende aan de rechterhand Gods; bedenkt de dingen, die Boven zijn, niet die op de aarde zijn." Dus van den hemel uit moeten we ons aardsche leven leven. Bij elk vraagstuk moeten we van Hem uitgaan. Zonder telkens met een gebed tot Hem te gaan, moeten we voortdurend in biddende afhankelijkheid worden gevonden. Een geliefkoosde uitdrukking van den apostel Paulus is: "in" Christus. Dus ingeschakeld in Hem. Anders hebben we kracht noch licht.

 

We willen ons eenige malen meer bijzonder met deze waarheid, zoo belangrijk voor ons practisch Christelijk leven, bezighouden. En dan moet onze eerste gedachte wel zijn: Christus, het Aantrekkingspunt voor de Zijnen. Jezus trekt de zondaars tot Zich en neemt hen aan. Jezus geeft voldoening aan het gemoed. Jezus maakt het hart gelukkig. Hij heeft eens gezegd: "En Ik, zoo Ik van de aarde verhoogd ben, zal allen tot Mij trekken." Dit zeide Hij, aanduidende welk een dood Hij sterven zou; verhoogd aan het kruis, zou Christus de aantrekkingskracht zijn voor alle menschen uit alle volken. En in het leven van den Heer Jezus nemen we het telkens waar, hoe de menschen zich rondom Hem scharen en door Hem worden aangetrokken om Hem te volgen.

 

"Menschen rondom Jezus" is de titel van een boek. En deze titel is ook geschikt voor de gedachte, die ons nu bezighoudt. De evangelist Johannes beschrijft ons de enkele menschen, die in aanraking kwamen met den Heiland en voor wie deze aanraking beslissend was voor heel hun leven.

Allereerst teekent hij ons Johannes den Dooper. Hij was de voorlooper van Christus, maar ook hij moest met Hem in aanraking komen en dan zou hij zien en getuigen, dat Deze de Zoon van God was. Johannes noemt zichzelf alleen maar "een stem," en meer zijn de profeten ook niet. God spreekt door hen. Hij wil Zich van hen bedienen, om te spreken tot de gewetens en harten der menschen. Maar dan moeten zij zelf op den achtergrond treden. En dit komt wel heel treffend uit in de schildering, die de evangelist Johannes ons geeft van Johannes den Dooper. Neen, hij was de Christus niet, hij was Zijn voorlooper. En als hij Jezus tot zich ziet komen, zegt hij: "Zie het Lam Gods, dat de zonde der wereld wegneemt." En als hij daar staat met twee van zijn discipelen en Jezus ziet wandelen, Jezus op Wien hij den Geest Gods had zien nederdalen en op Hem blijven, dan roept hij met verrukking der ziel uit: "Zie het Lam Gods!"

De uitwerking daarvan is, dat de twee discipelen van Johannes, die hem dit hoorden zeggen, Jezus volgden. - Als we iemand zelf hebben leeren kennen en liefhebben, kunnen we met den gloed der overtuiging tot anderen over hem spreken. - Jezus, Zich omkeerende, zag deze twee Hem volgen en zeide tot hen: Wat zoekt gij? En dan antwoorden zij: Meester, waar hebt Gij Uw verblijf? Daarin lag de gedachte opgesloten: we willen met U in nadere aanraking komen. En als dan de Heer zegt: Komt en ziet, komen zij en zien zij waar Hij Zijn verblijf had en bleven dien heelen dag bij Hem. Het was nog vroeg, des morgens tien uur. Maar vijftig jaar later, als ťťn van de twee deze ontmoeting beschrijft, is hij het uur nog niet vergeten. Het was een heerlijke dag; een dag, die als het ware dagen duurde; een dag van gemeenschap met Christus. En de uitwerking ervan op deze beiden is van gewicht geweest voor hun heele leven. - Dat is trouwens altijd zoo: het oogenblik, dat Jezus in ons leven inkomt, beslist over heel ons lot voor tijd en eeuwigheid.

Johannes, die ons deze gebeurtenis beschrijft, noemt ootmoedig zijn eigen naam niet. Onder den indruk van de grootheid zijns Heeren treedt hij zelf op den achtergrond. Hij noemt zich "de discipel dien Jezus liefhad. En daarin spreekt hij niet over zijn eigen liefde, hoezeer hij ook den Heiland beminde, maar hij denkt aan de liefde van den Heiland voor hem. En die liefde was voor hem heel bijzonder, omdat hij op zulk een bijzondere wijze de gemeenschap met Christus zocht. Hij lag aan Zijn borst; hij kon met een vertrouwelijke vraag tot Hem komen; hij behoorde tot het drietal vertrouwelingen, dat in bijzondere omstandigheden zich bij Jezus bevond; aan hem vertrouwde de Heiland Zijn moeder toe, toen Hij stierf aan het kruis. Zijn naam beteekent: genadegave van Jehova. En welk een genadegave heeft God in dezen discipel aan Zijn Gemeente geschonken! Lezen we maar zijn Evangelie en zijn Brieven. Welk een groot man is hij geweest in al zijn bescheidenheid. En dit is wel het voornaamste, dat we ontvangen kunnen door het contact met Christus. Als men een hart voor den Heer heeft, met Hem nauwe gemeenschap oefent, dan kan men niet alleen zeker zijn van Zijn bijzondere liefde en genegenheid, maar dan spreekt men ook over de heerlijkheid van Zijn Persoon en is men vervuld van Zijn liefde en wekt anderen op om lief te hebben.

Andreas, die mede bij deze eerste ontmoeting met Jezus aanwezig was, is er ůůk vol over. En hij gaat uit om er anderen over te spreken. Zijn naam beteekent: de moedige, en vol moed spreekt hij tot anderen over hetgeen hij gevonden en gehoord had. Het eerst wendde hij zich tot zijn familie. - Dat is zeker niet het gemakkelijkst. Maar als we doordrongen zijn van de waardij van hetgeen we hebben gevonden, zullen we zeer zeker dit niet het laatst mededeelen aan hen, die wij liefhebben. - Andreas zocht het eerst zijn eigen broeder Simon op en wist hem te winnen voor Jezus. En dat niet alleen, maar hij leidde hem tot Jezus. Straks als de Grieken komen om Jezus te zien, dan is het weer Andreas, die hen tot Hem leidt. En als er in de woestijn geen brood voor de schare is, gaat Andreas zoeken en vindt een jongetje met luttele brooden en vischjes bij zich, en brengt het bij den Heer, in het geloof dat het weinige in handen van den Meester veel en overvloedig zal worden. - Dat is de rechte moed, geloofsmoed.

Simon komt ook tot den Heer, en de Heer zegt tot hem, dat hij een rotsman zal worden. Zijn naam Simon beteekent "de luisterende," zijns vaders naam "de uitvliegende." En hoe heeft Simon bewezen, wat deze namen aanduidden. Hij was van natuur een zwak, onevenwichtig man, maar toch ook weer een, die bereid was om te luisteren en te volgen. Hoe vaak moest de Heer hem bestraffen, omdat hij zijn eigen wegen ging en zijn eigen gedachten volgde en op zichzelf vertrouwde. Hoe kon hij met heldenmoed optreden, om zijn Meester te verdedigen, en toch ook weer als 't ware op de vlucht gaan voor een dienstmaagd. Maar de Heer heeft van hem een steen gemaakt "Gij zijt Petrus," heeft de Heer Jezus later tot hem gezegd, toen hij het uitriep: "Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods!"

Den volgenden dag vond Jezus Filippus. Hoe blijkt hieruit, dat de Heer Jezus de zoekende Heiland is. Filippus was een stadgenoot van Andreas en Petrus. Hij kwam uit BethsaÔda. Filippus' naam beteekent "liefhebber van paarden." En als wij zijn geschiedenis nagaan, zien we in hem iemand, die met het een of ander, dat hem ter harte gaat, zich bezighoudt en die op anderen vertrouwt. Als de Grieken tot hem komen om te vragen, of ze Jezus mogen zien, gaat hij eerst naar Andreas, opdat zij dan samen tot den Heiland zouden gaan. Jezus zegt later tot hem: "Ben Ik zoo langen tijd bij ulieden en hebt gij Mij niet gekend, Filippus?" - Maar ook den man met zulk een karakter zoekt Jezus op en hij wordt door Hem aangetrokken. Ja, hij wordt ook zelf een medearbeider in het koninkrijk Gods: Filippus vond NathanaŽl!

NathanaŽl beteekent: God geeft genade. NathanaŽl was een man vol twijfel, maar een eerlijke, oprechte zoeker. Hoe kon Jezus van Nazareth de Messias zijn? Kon er uit Nazareth iets goeds komen? Maar als Filippus met overtuiging tot hem zegt: "Kom en zie!" maakt hij zich op om naar Jezus te gaan. En als Deze, hem tot Zich ziende komen, zegt: "Zie, waarlijk een IsraŽliet, in wien geen bedrog is," antwoordt NathanaŽl: "Vanwaar kent Gij mij?" NathanaŽl wist, dat hij oprecht voor God was. Zijn geweten beschuldigde hem niet. Vaak had hij onder den vijgeboom gezeten om tot God te bidden; ook te bidden om den Messias. En dat had Jezus gezien! Hij was dus alwetend, alomtegenwoordig. "Rabbi!" roept hij uit, "Gij zijt de Zoon Gods, Gij zijt de Koning IsraŽls!" Neen, geen nederige hoogmoed bij NathanaŽl. Menigeen zou met een valsche bescheidenheid gezegd hebben: "Is er wel waarlijk geen bedrog in mij?" Hij wist, dat hij een eerlijk man was, en wij weten het van onszelf wel als dit zoo is. Natuurlijk mogen we ons daarop niet laten voorstaan, maar we moeten ook niet een slappe houding aannemen, die wel ootmoedig lijkt, maar het daarom nog niet is. Paulus wist wie hij was, maar voegt er dan bij: door Gods genade ben ik wat ik ben. We mogen ons bewust zijn van hetgeen we hebben ontvangen, en als er tot ons een opdracht komt, omdat anderen ons daarvoor geschikt achten, moeten we bereid zijn om die aan te nemen. De geschiedenis van NathanaŽl leert ons ook dŤze les.

 

Zoo hebben we dan verschillende menschen rondom Jezus gevonden. Ze kwamen allen in contact met Hem wat hun zieleleven betreft, op het oogenblik dat zij Hem ontmoetten. Ze waren allen verschillend van aard, hadden een geheel verschillend karakter, maar ze hadden allen Hem noodig. En door in verbinding met Hem te komen, werd hun leven veranderd, werden zij gelukkig, hoorden zij van Hem getuigen en God verheerlijken.

 

In contact met Christus moesten ook wij komen. Om in verbinding met Hem te blijven. Hij is onze Heiland en onze krachtbron. In contact met Christus, wat Zijn heerlijken Persoon betreft. In contact met Christus, wat onze zielsbehoeften aangaat. In contact met Hem, om moedig te getuigen en alle twijfelingen te zien verdwijnen. In contact met Hem in droefheid en zorg, maar ook in vreugde en voorspoed. In contact met Hem in het klaaghuis, en niet minder in de bruitoftzaal. En als we tot Jezus zijn gekomen en bij Hem, in Hem blijven, zal Zijn kracht in ons overvloeien: zullen we als menschen rondom Jezus het gevoelen, welk een aantrekkingskracht er in Zijn Goddelijken Persoon voor ons is gelegen.

J. N. V.