OVERDENKINGEN OVER DE PSALMEN

 

Psalm 11

 

Welk een schoon begin heeft deze korte Psalm! "Ik betrouw op den Heer!" zegt David. Nu is het niet moeilijk, op den Heer te betrouwen, wanneer alles naar wensch gaat en rustig is om ons heen; maar wanneer de schutters klaar staan met gespannen boog en de pijlen op de pees, om in het donker te schieten naar den oprechte van hart, wordt het moeilijker! En toch, zoo was de toestand voor David. (Psalm 11 : 2.)

Welk een rust vervult dan het hart van dezen man Gods! Temidden van alles betrouwt hij op den Heer.

De natuurlijke mensch begrijpt dit niet, en zegt tot David: "Vlucht toch; zwerf heen naar het gebergte als een vogel! Stel uzelf in veiligheid voor den vijand."

David zegt echter: "Hoe zou ik wegzwerven als een vogel, hoe zou ik vluchten, daar mijn hart op den Heer betrouwt? Ben ik bij Hem niet veilig? Kan ik bij Hem niet rustig zijn?" Wat is dat beschamend voor ons! Hoe menigmaal worden wij heen en weer geslingerd te midden van de gevaren en willen ontvluchten!

Waarin bestond het geheim van Davids rust? Hierin, dat hij niet in de eerste plaats met de omstandigheden rekende, maar met den Heer.

Mochten wij dat van David leeren!

Hij wist het wel, dat hij in dit leven op niets en niemand kon rekenen, dan alleen op zijn Heer. Alles kan wankelen, zelfs de fondamenten, de grondvesten der aarde, kunnen worden omgestooten, maar die op den Heer vertrouwen, hebben zekerheid. Hij is de Rots, die geen wankelen vreest of val.

Is dit niet een heerlijk woord? Wat hebben we reeds veel zien wegvallen, waarop we meenden te kunnen steunen! Hoeveel aardsch bezit is verloren gegaan! Hoe is onze verwachting op menschen beschaamd! Dingen, waarvan we meenden, dat we er op bouwen konden, zijn weggestooten. Zelfs tronen moesten verlaten worden; machten werden neergestort en door anderen vervangen! Waarlijk, het sterkste beeft; en wat zal het einde zijn? Voor het geloof is er maar n plaats der rust: aan het hart van den Heer.

In het tweede gedeelte van het derde vers lezen we in onze vertaling: "Wat heeft de rechtvaardige bedreven?" In de nieuwe vertaling staat: "Wanneer de fondamenten omgestooten worden, wat zal de rechtvaardige dan doen?" Ja, wanneer alle steun wegvalt, wat zal dan de oprechte doen? Zal hij trachten in te grijpen tot herstel? Hoe velen hebben het beproefd, en zijn teleurgesteld. Hoe velen beproeven het nog, met de beste bedoelingen, en zllen teleurgesteld worden. Neen, er is maar n ding, dat rust geven kan; dat is het woord des Heeren: "Ziet omhoog, en heft uw hoofden opwaarts!"

Z is het ook in dezen Psalm. "De Heer is in het paleis Zijner heiligheid, des Heeren troon is in den hemel" Zie dt geeft rust! De dingen, wlke ze ook wezen mogen, zijn in Gods hand. Hij bestuurt het lot der menschen. "Zijn oogen aanschouwen, Zijn oogleden proeven de menschenkinderen." Hij ziet niet alleen, maar beproeft ook.

Zijn de tijdsomstandigheden voor alle menschen niet een beproeving, om ze tot bekeering te leiden?

Voor den geloovige echter geldt het bijzonder, dat God beproeft. "Hij proeft den rechtvaardige." Tot hem wordt gezegd: "Zie toch opwaarts; laat uw oog zien naar den troon des Heeren, den troon der genade."

De Heer echter houdt Zich met de rechtvaardigen bezig en beproeft hen. Wat zijn die beproevingen des geloofs menigmaal moeilijk, maar ze zijn kostbaarder - zegt Petrus - dan de beproeving van het goud. Beproeving behoort tot de Goddelijke opvoeding; tot heil van Gods kind. Veronderstel eens, dat er geen beproevingen waren in het leven van een geloovige, wat zou er dan van hem worden? Hij, die het goed verstaat, roemt in de verdrukkingen, en hij die er doorheen gegaan is, zegt: "Ik dank U, Heer! dat ik verdrukt ben geweest!" Hij is er door geoefend, en bracht een vreedzame vrucht der gerechtigheid voort.

Maar de Heer is ook de Heilige, Zijn ziel haat dengene die het geweld lief heeft. Hij zal Zijn oordeel doen komen over de goddeloozen. Vreeselijk zal hun lot zijn. De overwinning zal Hij behalen over alle opstandelingen. Want Hij is rechtvaardig en heeft gerechtigheden lief. En daarom kan Hij ook den oprechte in liefde aanschouwen.

J.A.V.