DE HAND OP HET OFFER

 

In de voorschriften voor den offerdienst komt ook een aanwijzing voor, die bijzonder belangrijk voor ons is, namelijk het leggen van de hand op het hoofd van het offerdier.

Die handoplegging houdt erkenning van schuld in, en drukt tegelijk uit, het er zich mee n maken.

Jezus Christus, van Wien alle offeranden in het Oude Testament schaduwen waren, was op het kruis het ware Schuld- en Zondoffer. Wie in het geloof op Hem de hand legt, erkent daardoor, dat hij schuldig is, een zondaar, en gaarne voor God met den zondeloozen, heiligen Plaatsvervanger vereenzelvigd wil worden. Dat leggen van de hand in het geloof op Christus heeft het heerlijke gevolg, dat God de schuld vergeeft, en dat Hij rechtvaardig verklaart.

Christus was in Zijn sterven tevens het ware Dankoffer. En ook op het dankoffer legde de offeraar de hand. Zoo mogen we op Christus onze hand leggen, als we in ootmoedigen dank voor Gods aangezicht treden. We kunnen dan gemeenschap oefenen met den Vader, en dat is het wre geluk.