CORRESPONDENTIE.

 

J.W. te 's-Gr. vraagt: Zal de antichrist een Jood zijn? Wanneer zal hij komen, of is hij er misschien reeds? Ik denk aan de vervolging in Rusland.

 

We willen eerst een woord zeggen over wat een antichrist en wat de antichrist is.
Het woord "antichrist," komt voor in 1 Joh. 2 : 18 en 22; 4 : 3 en 2 Joh. : 7.

Een antichrist is ieder leeraar, die den Vader en den Zoon loochent; die niet Jezus Christus, Gods Zoon, belijdt als gekomen in het vleesch; die zich dus stelt tegen Christus. "Anti" wil zeggen "tegen."

De antichrist is een persoon, waarover profetisch gesproken wordt in Dan. 11 : 36 en 37, Joh. 5 : 43, 2 Thess. 2 : 8, 1 Joh. 2 : 18 en Openb. 13 : 11-18. Hij wordt genoemd de valsche profeet, en maakt deel uit van het satanisch drietal, dat ons in Openb. 16 : 13 wordt beschreven, en dat verschijnen zal, nadat de Gemeente is opgenomen, (2 Thess. 2 : 8.) en vůůr de verschijning van Christus. (Openb. 19: 20.) Hij zal zich aan de Joden aanbieden als hun Messias, die, omdat zij Christus verworpen hebben, den antichrist zullen aannemen. (Joh. 5 : 43.) Eerst zal hij de Joden misleiden, maar in de helft der week (van zeven jaren) zal hij zijn masker afwerpen, en zoeken te dooden allen, die hem tegenstaan.

Of de antichrist een Jood zal zijn, meenen wij bevestigend te kunnen beantwoorden. Hoe zou hij, zonder IsraŽliet te zijn, aanspraak kunnen maken op den naam van Messias der Joden, die toch, volgens de profetie, uit IsraŽl moet voortkomen? (Zie Gen. 49 : 10; Joh. 4 : 22.) En uit Dan. 11 : 37 blijkt wel, dat de antichrist, zooals ook bij Christus naar het vleesch het geval was, uit IsraŽl zal stammen, want de uitdrukking "de goden zijner vaderen" wijst er op, dat wij aan den God van IsraŽl moeten denken. Verder was "de begeerte der vrouwen" in IsraŽl: eenmaal de moeder van den rechtmatigen Messias te worden.

De tweede vraag: het tijdstip van zijn komst, is reeds gedeeltelijk in het voorgaande beantwoord. Na de opneming der Gemeente, zullen de profetische gebeurtenissen in een snel tempo elkander opvolgen.
De geloovigen op aarde, de Gemeente Gods, en de Heilige Geest in en in het midden der geloovigen, houden Zijn komst tegen. De geest van den antichrist is wel reeds eeuwen werkzaam en wordt steeds sterker gevoeld. In Rusland wordt openlijk afval van het Christendom verkondigd, en worden de geloovigen vervolgd en godsdienstige samenkomsten verboden. Toch kan men niet zeggen, dat de antichrist als persoon zich daar openbaart, ook al zou die bittere vijandschap tegen Christus door een of meer afvallige Joden bevolen of aangemoedigd worden.
"Gij weet "wat" (de Gemeente) hem (den antichrist) tegenhoudt, en hem zal tegenhouden, totdat "hij" (de Heilige Geest) uit het midden zal weggenomen zijn. En dan (maar eerst dan!) zal de wettelooze geopenbaard worden." (2 Thess. 2 : 4-7.)
De geest van den wettelooze, die komen zal, is er reeds sterk in onze dagen. Maar de wettelooze als persoon moet nog komen. Deze zal openlijk oppositie voeren tegen Christus; zich verheffen tegen God en al wat God genaamd wordt; zichzelf verheffen tot God.

Als nu de geest van den antichrist in onze dagen zich zoo sterk deed gevoelen, hoe moesten wij dan des te meer behoefte hebben, om ons door den Heiligen Geest te laten leiden. Dit zou tot vrucht hebben: een zich stellen tegen den geest dezer eeuw en een met verlangen uitzien naar de gelukzalige hoop, die ons gegeven is: de komst van den Heer Jezus voor de Zijnen vůůrdat de antichrist komt met al zijn verschrikkingen, die, als Christus met ons op aarde verschijnt, zal worden verdaan door den adem Zijns monds. (2 Thess. 2 : 8.)