HET ZINGEN DER GEMEENTE.

 

Zingen in het heiligdom.

 

Onder de zangers van het Oude Testament, wier liederen den lof des Heeren verhoogden, neemt Asaf een voorname plaats in. Hij was de door God ge´nspireerde dichter, en wel van twaalf Psalmen uit het Psalmenboek, van de Psalmen 50, en 73 tot en met 83.

Zoo dikwijls ons iets medegedeeld wordt over Asaf, staat het in verbinding met zijn dienst in het heiligdom: de plaats der aanbidding des Heeren.

In het heiligdom leerde Asaf Gods wegen verstaan. In het heiligdom nam zijn vertrouwen op zijn God toe, en werd de behoefte versterkt om de goedheid Gods te roemen. In het heiligdom zag hij het vreeselijk einde der goddeloozen en den gezegenden weg der rechtvaardigen. In het heiligdom werd zijn wil gebroken, en Gods wijsheid en genade erkend. In het heiligdom leerde hij op God wachten, en werd zijn hart in Hem stil en rustig. In het heiligdom vond hij de bron van allen zegen, den oorsprong van alle heil ... en daar aanbad hij! "O God! Uw weg is in het heiligdom: wie is een groot God gelijk God?" (Ps. 77 : 14.)

"Offer Gode dank, en betaal den Allerhoogste uw geloften!" Met deze woorden wekt Asaf Gods volk op om hun God te prijzen. Vervuld van Gods grootheid, goedheid en liefelijkheid, gevoelt hij zich gedrongen, anderen op te wekken, met hem Gode dank te offeren. Wie dankoffert, die zal Mij eeren.'' (Ps. 50 : 14 en 23.)

Zoo is het altijd. Een aanbiddend hart zoekt deelnemers in dezelfde vreugde.

O, dat wij, die het voorrecht hebben te zijn "aanbidders in geest en waarheid", "een geestelijk huis, een heilig priesterdom," toch met vreugde "geestelijke offeranden opofferen, die Gode aangenaam zijn door Jezus Christus"! (1 Petr. 2 : 5.)

Helaas, vele kinderen Gods in onze dagen hebben, evenals de IsraŰlieten in den tijd der ballingschap, "de harpen aan de wilgen gehangen"! Gelukkig als onze oogen geopend zijn, en wij, ˇˇk in betrekking tot het zingen van dankbare lofzangen, zijn teruggekeerd tot "dat wat van den beginne was"!

Laat ons toch steeds in het heiligdom gevonden worden! "Te allen tijde opofferen een offerande des lofs, dat is de vrucht der lippen, die Zijnen naam belijden"! (Hebr. 13: 15.) Laat ons in het heiligdom zingen! Maar ... dan moet ons hart voor het heiligdom bereid zijn. David zegt in Ps. 57: "Mijn hart is bereid, o God! mijn hart is bereid; ik zal zingen en psalmzingen!"

Is ons hart bereid?

Zeker, we zingen allen wel mede.

Maar zijn we werkelijk allen bereid tot het lied? Het gedachtelooze is de groote vijand van het waarachtige. Onze lofzang moet maar niet een woord zijn, maar een daad! Barst de zang uit ons binnenste, gelijk het lied van een vogel, die niet zingt omdat hij moet of wil, maar omdat hij niet anders kan?

Wanneer ons hart waarlijk tot zingen bereid is, zingt het bij het aanbreken van den dageraad; zingt het voorÓl op den heerlijken eersten dag der week, den opstandingsdag des Heeren, als alles ÚÚn jubel wordt, omdat door het geloof de Opgestane wordt aanschouwd in het heiligdom!