STEEDS OP DE WACHT.

"Leer ons waken!"

Behoeft het bevreemding te wekken, dat we een dergelijk parool kiezen bij het openen van een nieuwen jaargang van den Bode des heils in Christus?

Mij dunkt, bij eenig nadenken zal ieder de hooge noodzakelijkheid beseffen van waakzaamheid in alle tijden, niet het minst in onze dagen, waarin het kwaad zulk een omvang heeft aangenomen, en de geestelijke gevaren den Christen van alle zijden bedreigen.

Een onlangs ontslapen oude Christin, die twee-en-zeventig jaar haar plaats innam aan de Tafel des Heeren, riep eenigen tijd vr haar heengaan een jongen dienstknecht des Heeren tot zich, met het vriendelijk, doch ernstig verzoek, er toch zelf aan te denken, en er zijn medearbeiders op te wijzen, dat het zoo goed en noodig is, niet alleen te bidden, maar ook te waken.

* * *

 

"Waakt en bidt," heeft de Heer Jezus kort vr Zijn sterven gezegd, opdat gij niet in verzoeking komt; de geest is wel gewillig, maar het vleesch is zwak." (Matth. 26 : 41 ; Mark. 14 : 38.)

Hier gaat waken aan bidden vooraf. Hoe zou men ook kunnen bidden, als men niet waakte?

Waken is nog iets meer dan wakker zijn. Het wil zeggen: zich inspannen om wakker te blijven.

In verbinding met den ernst der toekomst heeft de Heiland dan ook verscheidene malen vermaand, om toch te waken.

"Waakt dan! want gij weet niet, in welke ure uw Heer komt." (Matth. 24 : 42; 25 : 13.)

"Ziet toe, waakt en bidt! want gij weet niet, wanneer de tijd is.... Waakt dan!.... En wat Ik tot u zeg, zeg Ik tot allen: Waakt!" (Mark. 13 : 33-37.)

Ja, waar de Heer Jezus over het bidden opmerkt, dat we altijd bidden zouden en niet vertragen, (Luk. 18 : 1.) daar zegt Hij over het waken hetzelfde: "Waakt dan te allen tijde, biddende," (Luk. 21 : 36.) want dat "te allen tijde", kan even goed slaan op waken als op bidden.

In de Handelingen zegt de apostel tot de oudsten van Efeze, met het oog op hen, die na zijn vertrek tot hen zouden inkomen en uit hun midden zouden opstaan, met het doel om de discipelen achter zich af te trekken: "Daarom waakt!"

En in de Brieven en in de Openbaring worden de geloovigen meermalen vermaand, om te waken. "Waakt, staat in het geloof." "Waakt in het gebed." "Laat ons waken!" "Zijt nuchter en waakt." "Wordt waakzaam en versterkt het overige!" "Welgelukzalig hij, die waakt!"

Over de voorgangers zegt de apostel dan ook, dat zij "waken" over de zielen. En over zichzelf, dat hij in waken, in waken menigmaal, voor de geloovigen had gearbeid.

* * *

 

Waken moeten we.

Waken tegen moedeloosheid. - We zijn niet alleen de Vader is met ons. Hebt goeden moed! (Joh. 16: 32 en 33.)

Waken tegen de werking van het vleesch. - De geest is wel gewillig, maar het vleesch is zwak.

Waken tegen het uit het oog verliezen van de naderende komst des Heeren. - Hoe licht slaan we onze pinnen hier beneden z vast, dat we vergeten dienstknechten te zijn, die op hun heer moeten wachten, Die ons, als Hij komt, gaarne wakende zal vinden.

Waken tegen valsche leeraars en valsche leer. - Satan kan zichzelf veranderen in een engel des lichts. Nacht en dag had Paulus, drie jaren lang, niet opgehouden de geloovigen te Efeze, een iegelijk van hen, met tranen te vermanen, omdat gevaren van buiten en van binnen dreigende waren.

Waken tegen de aanvallen, die op het geloof worden gericht. - Hoe wordt soms de gemeenschap der heiligen veronachtzaamd, en verliest het Woord voor ons zijn smaak! Daarom niet nalaten, om elken dag voor onszelf in den Bijbel te lezen, opdat wij bevestigd worden in de leer, en ons geestelijk leven toeneme.

Waken tegen de booze geesten in de lucht. Met alle volharding. -Want die booze geesten zoeken ons schade te berokkenen op het onverwachts, juist als we met de geestelijke dingen ons bezighouden. En daartegen baat alleen de wapenrusting Gods, waarvan het laatste, het zevende wapen is: biddende te allen tijde met alle gebed en smeeking. Afwijking begint met het verzuimen van het gebed in de binnenkamer. En het gebed in de binnenkamer laat men na, omdat men niet waakt.

Waken tegen het opwaarts spruiten van eenigen wortel van bitterheid. - Hoe licht is er een verachtering in de genade! De slappe handen en matte knien moeten weder opgericht en rechte paden gemaakt voor de voeten. De vrede moet nagejaagd met alles, en de heiligheid, zonder welke niemand den Heer zien zal. (Hebr. 12 : 12-15.)

Waken tegen hoogmoed en zelfvertrouwen. "Al zouden allen U verlaten, ik geenszins," zei Petrus. En hij was juist degene, die den Meester verloochende!

Waken tegen den geest van liefdeloosheid. - Dat de broederliefde blijve! Een weinig liefde, die geopenbaard wordt, is meer waard dan vele gaven. Niet over elkaar spreken, niet van elkaar allerlei kwaad zien, niet op elkaar naijverig zijn, maar het goede in elkaar opzoeken en waardeeren!

Waken tegen het verlaten onzer eerste liefde. - Geloovigen gaan soms een tijd den weg des Christens met een warm hart, en worden dan langzamerhand lauw.

Waken tegen een ijver zonder verstand. - Men kan grooten ijver hebben, en toch minder goede beweegredenen, of een minder verstandige openbaring. De leugen te bekampen en voor de waarheid te strijden, is nog iets anders dan de waarheid lief te hebben.

Waken tegen vormen zonder leven. - Hoe licht staren we ons blind op kleine, uiterlijke dingen, en worden daardoor enghartig, eigengerechtig, zelfingenomen, zoodat andere Christenen door ons worden afgestooten en geschaad.

Waken tegen verflauwing der grenzen. - Hoe spoedig zetten we, anderzijds, de deur wijd open, zoodat de afzondering van verkeerden en van verkeerde beginselen wordt veronachtzaamd.

 

* * *

 

Wee ons, als we niet waken!... We denken met droefheid aan Salomo, aan Simson, aan Markus, aan Demas! We denken aan velen, die we van nabij hebben gekend!

Laat ons dan waken!

Waken met het oog op de wereld. Want die let op ons. Onze wandel moet "voorzichtig" zijn. De wereld moet in ons "brieven van Christus" kunnen lezen. (2 Kor. 3: 3.)

Waken met het oog op onszelf. "Heb acht op uzelf!" is een belangrijke vermaning der Schrift, die eenige malen wordt herhaald. Steeds op de wacht!

En bovenal: waken met het oog op den Heer Jezus Christus. Want Hem moeten wij verheerlijken. Hem behoort al onze kracht, ons gansche leven!

Neen, we willen er geen oogenblik aan denken, dat we te veel zouden waken. Ik durf met vrijmoedigheid zeggen: We waken nooit genoeg!

Moge het jaar, dat we zijn ingegaan, ons allen wakende vinden, van dag tot dag!

Die ons opvoedt onder lijden,
En ons, door Zijn Geest bestuurd,
Door Zijn liefde aangevuurd,
Waken, bidden leert en strijden, -
Hem zij heerlijkheid en macht,
Eeuwig, eeuwig toegebracht!