Kinderlijke eenvoud.

"Eens vertelde ik," zoo schrijft een onderwijzeres, "mijn kleinen leerlingen over den Heer Jezus, wandelend op het meer van Genézareth. De kinderen luisterden aandachtig. Toen ik zweeg, niet heelemaal zeker, of ze wel alles begrepen hadden, zei plotseling één van hen: "Nietwaar, juffrouw, men moet den Heer Jezus altijd maar aankijken, dan kan men nooit zinken!"

Welk een kinderlijke eenvoud! dacht ik. Zonder Gods Woord te kennen, begreep deze kleine, wat God in Zijn Woord ons zegt: "Zie op Jezus, opdat gij niet moede wordt en in uwe zielen bezwijkt!" (Hebr. 12 : 2, 3.)

"Kleingeloovige, waarom hebt gij gewankeld?" (Matth. 14 : 31.) roept de Heer ook ons dikwijls toe.