Het laatste woord tot de Gemeente.

(Openb. XXII : 20.)

Het laatste woord van Jezus aan de zijnen, is niet het bevel om heen te gaan en aan alle schepselen het Evangelie te verkondigen. Dit was wel het laatste woord van den opgestanen Heiland tot Zijn discipelen. Zij moesten Zijn getuigen zijn tot aan de einden der aarde, terwijl Hij weg was. Maar dit woord is toch niet het laatste, dat Jezus tot de zijnen sprak. De verheerlijkte Heer, aan Gods rechterhand gezeten, heeft nog een later woord gesproken, niet zoozeer tot de zijnen als discipelen, die Hij uitzond, maar tot de zijnen als Gemeente, van wie Hij het heerlijk Hoofd is.

We vinden het in Openb. XXII : 20.

Hoe heerlijk is dat! "lk, Jezus," zegt Hij te voren, opdat er geen twijfel aan zijn zou, dat Hij het Zelf was, die spreekt, "Ik, Jezus, heb Mijnen engel gezonden om ulieden deze dingen te getuigen in de gemeenten: Ik ben de wortel en het geslacht Davids, de blinkende morgenster."

Er wordt in onze dagen door de Christenen in het algemeen veel meer gelet op de laatste woorden van den opgestanen Jezus tot Zijn discipelen, dan op de laatste woorden van den verheerlijkten Jezus tot Zijn Gemeente.

En toch, hoe gewichtig is het voor onzen wandel, voor ons getuigenis, tot onze vertroosting en tot eer des Heeren, als wij in levende gedachtenis houden dat kostbare woord van Hem, die aan Zijn geliefde Bruid de belofte gaf: "Ja, Ik kom haastelijk!"

Zeker, het woord tot de discipelen over de evangelieprediking gesproken, is hoogst belangrijk. Wie zal er iets van durven of willen afdoen? Integendeel, wij zullen moeten erkennen, hoe vl wij er in te kort komen; hoe vk we vergeten hebben, dat ook aan de heidenen het Woord Gods moet gebracht worden.

Maar in een tijd als de onze, een tijd van opwekking en werkzaamheid, is er toch gevaar, ons z met den arbeid voor den Heer in binnen- en buitenland bezig te houden, z op te gaan in 's Heeren bevel om aan alle schepselen het Evangelie te brengen, dat wij vergeten, dat de Heer nog iets anders van ons begeert, dat is: een antwoord op het laatste woord, dat Hij in den Bijbel tot Zijn Gemeente spreekt.

"Ja, Ik kom haastelijk!" zegt de Heer.

Is ons persoonlijk antwoord het antwoord der Gemeente: "Amen. Kom, Heer Jezus!"?

We zijn weer nader gekomen tot de komst des Heeren. Elk jaar, dat heengaat, voert ons het heerlijk oogenblik van Jezus' verschijnen dichterbij. Zijn wij er nu misschien zeer dicht bij gekomen? Hij zegt: Ja, Ik kom haastelijk! En Hij houdt, wat Hij belooft. Plotseling zal Hij verschijnen - in een punt des tijds zal alles geschied zijn.

Verlangt ons hart naar Zijne komst? Of is er geen Amen in ons hart? Zoo niet, dan zijn we f wereldschgezind, f onverschillig, f we zoeken hier nog onze eer, ook in onzen dienst.

Ons gansche leven moest n Amen, n antwoord wezen op dat laatste woord van Jezus aan Zijn Gemeente. Verlangt de Bruid niet naar den Bruidegom? Wil de Heilige Geest, die Zelf roept: "Kom!" niet in ons het geroep: "Kom, Heer Jezus!" werken?

Wanneer de hoop op Jezus' wederkomst leeft in mijn ziel, dan heeft dit als vanzelf invloed op mijn wandel, want dan reinig ik mijzelf, gelijk Hij rein is. Dan heeft dit ook uitwerking op mijn getuigenis, want dan ben ik overvloedig in het werk des Heeren, wetende, dat ik misschien niet veel tijd meer heb, zoodat ik mijn familie, mijn vrienden, voor zooveel ik kan, of daartoe in de gelegenheid ben, moet inlichten aangaande den weg des behouds; dan ben ik ook rustig, wetende, dat mijn arbeid in Hem niet ijdel is, zoodat ik Hem alles overgeef, ook wat mijn geliefde, nog onbekeerde betrekkingen betreft, al zou Hij heden komen! Ja, mochten wij allen leven en wandelen met het oog op de spoedige wederkomst des Heeren! Hoeveel invloed zou dat hebben op hetgeen wij deden of lieten.

Het doel van het laatste boek van Gods Woord is: ons met de toekomst bezig te houden. En het slot er van roept ons toe: "Spoedig komt Jezus!" De Heer Zelf treedt vr ons en zegt: "Ja, Ik kom haastelijk." En in zielsverrukking wordt het antwoord - uw antwoord, mijn antwoord? - gegeven: "Amen! kom, Heer Jezus!"

Amen, Heer! wil haastig komen!
Zuchtend blikt Uw Bruid omhoog.
Klief de wolken! alle vromen
Zoeken U met smachtend oog.
Kom, Heer Jezus! wil ons toonen
Uwer liefde hoogste kracht!
Amen! Amen! wil bekronen,
Wat Uw zoenbloed heeft volbracht!