Correspondentie.

J. S. te N. - De bedoeling van Matth. XVIII : 15 is voor geen tweeŰrlei uitlegging vatbaar. Er staat geschreven: "Indien uw broeder tegen u zondigt, ga heen, bestraf hem tusschen u en hem alleen." De Heer zegt niet: "Bestraf hem door het schrijven van een brief" Het is, helaas! al de oorzaak van onnoemelijk veel kwaad geweest, dat de kinderen Gods dadelijk gereed zijn, om, als zij meenen in een ander iets verkeerds te zien, of als door een ander iets jegens hen bedreven is, aan den zoodanige een brief te schrijven. Als men een persoonlijk bezoek maakte, zou menige zaak worden opgelost en de moeilijkheid dadelijk worden weggenomen. Schrijven gaat zoo gemakkelijk, en in een brief wordt vaak gezegd, wat men mondeling niet zou uiten. Laat ons daarom, hetzij uit vrees, hetzij uit hoogmoed, ons niet laten weerhouden. "Ga heen," zegt de Heer tot ons, en Hij weet het best wat goed voor ons en voor onzen broeder is. Men versta echter wel deze plaats: het betreft hier niet de een of andere op- of aanmerking, het gaat hier ook niet om het een of ander, dat men gaarne anders zou zien; daarbij is het zeker ˇˇk goed, als men, zoo mogelijk, den hier gegeven regel volgt; maar rechtstreeks heeft het hier aangehaalde betrekking op een broeder, die iets tegen ons persoonlijk misdreven heeft; den zoodanige zullen we opzoeken en bestraffen, en dat onder vier oogen, met het doel om hem te winnen. We moeten niet wachten, tot hij bij ons komt, en we moeten nog minder zijn verkeerdheid aan anderen mededeelen, alvorens we hem zelf hebben gesproken en getracht te overtuigen van zijn kwaad. Als we eerst anderen er mede in kennis hebben gesteld, is er vrees, dat hij niet meer naar ons luisteren zal. Dit alles - wij herhalen het - is persoonlijk. Heeft een broeder tegen de gemeente gezondigd, dan heeft hij niet persoonlijk tegen mij overtreden en moet ik dus niet heengaan om mij met de zaak van dien broeder bezig te houden, want zulk een broeder staat onder de tucht der gemeente, en ik heb dus te hooren naar hetgeen de geloovigen, in den naam des Heeren vergaderd, over den zoodanige besluiten.