Jezus in het midden zijner Gemeente.

 

De naam van Jezus is even algenoegzaam voor al de nooden en behoeften der Gemeente, als hij het is voor de verlossing onzer ziel en voor onze leiding door de woestijn der wereld. Het een is even waar als het ander. "Waar twee of drie vergaderd zijn in mijnen naam, daar ben ik in het midden van hen." (Matth. XVIII.) Heeft dit opgehouden waar te zijn? Neen, gelukkig niet. Dit is in onze dagen even waar en zeker als in de dagen der apostelen. En is de tegenwoordigheid van Jezus in het midden der zijnen niet volkomen genoeg voor zijne Gemeente? Hebben wij behoefte aan menschelijke plannen en inrichtingen? Neen, evenmin als wij er behoefte aan hebben voor de redding onzer ziel. Wat zeggen wij tot den zondaar? Vertrouw op Christus. Wat zeggen wij tot den geloovige in de verschillende omstandigheden des dagelijkschen levens? Vertrouw op Christus. Welnu, wat moeten wij dan zeggen tot een vergadering van geloovigen? Vertrouw op Christus, en niets anders. Is er iets, waarin Hij niet voorzien kan? Is er iets voor Hem te moeielijk? Is de rijkdom zijner genade uitgeput? Kan Hij geene gaven meer geven? Kan Hij ons geen evangelisten, herders en leeraars schenken? Kan Hij niet voorzien in al de menigvuldige behoeften van zijne Gemeente in deze wereld? Indien dit niet zoo ware, waar zouden wij heen moeten? Waarheen en tot wien zouden we ons moeten wenden? Wat zouden wij moeten doen? Er zou geen uitkomst wezen; want als Hij ons niet helpen kan, wie zou het dan kunnen doen? Wat moest de vergadering van Isral doen in het oude testament? Zij moest zien op Jehovah. In alle omstandigheden en voor alle dingen? Ja, zeer zeker; er was niets uitgezonderd. Voor brood n water, voor voedsel en kleeding voor leiding en besturing, voor hulp en bewaring, met n woord voor alles moesten zij zien op Jehovah, die in alles voorzag en voor alles zorgde. Al hunne hulp kwam van Hem. En zou het nu anders zijn? Moeten wij ons tot andere hulpmiddelen wenden? Neen, neen! Onze Heer Jezus Christus is algenoegzaam. Trots al onze fouten en gebreken, al onze zonde en ellende is Hij dezelfde, de onveranderlijke, wiens goedertierenheid tot in eeuwigheid duurt. Hij heeft zijnen Geest gezonden, den gezegenden Trooster, die in ons woont; die al de zijnen gedoopt heeft tot n lichaam, die hen allen verbindt met hun heerlijk Hoofd in den hemel; die hun van Hem spreekt en hen in al de waarheid leidt. Hij is de kracht der eenheid, der gemeenschap, der bediening en der eeredienst. Hij heeft ons niet verlaten, en zal ons niet verlaten; Hij blijft bij ons tot in eeuwigheid. Hij is onze Leidsman, onze Leermeester, onze Trooster. Door Hem stroomen ons toe al de gaven van Christus, en door Hem genieten wij de gemeenschap des Vaders. Evenals wij dus ten aanzien van onze verlossing en heerlijkheid op Christus vertrouwen kunnen, zoo kunnen wij op Hem vertrouwen voor al de nooden en behoeften der Gemeente. Waar twee of drie vergaderd zijn in Jezus' Naam, daar is Hij met al de volheid zijner genade en met al den rijkdom zijner gaven in ons midden.