De heiligen voor den rechterstoel.

 

Zullen de heiligen voor den rechterstoel van Christus geoordeeld worden? Uit Joh. V: 42 blijkt, dat de geloovige niet in het oordeel komen zal, "Voorwaar, voorwaar, ik zeg u: wie mijn woord hoort, en gelooft Hem, die mij gezonden heeft, die heeft het eeuwige leven, en komt niet in het oordeel, maar is uit den dood overgegaan in het leven." In plaats van geoordeeld te worden, zullen de heiligen de wereld en de engelen oordeelen. (1 Kor. VI: 2, 3.) "Gelijk Hij is, zoo zijn ook wij." (1 Joh. IV: 17.) Het oordeel over koningen, achtbaren, volken en natien zal aan al Gods gunstgenooten als een eer worden overgegeven. (Ps. 149.) Voor den geloovige is derhalve het oordeel voorbij. Christus heeft het in zijne plaats op het kruis gedragen, en de waardij van zijn vlekkeloos offer is z groot, dat wij nu en tot in alle eeuwigheid met Hem op de innigste wijze verbonden zijn.

Maar staat er dan niet geschreven: wij allen moeten geopenbaard worden voor den rechterstoel van Christus?" (2 Kor. V: 10.) Zeer zeker. Allen, die op eenigerleiwijze een rol gespeeld hebben in het groote drama des levens, zullen voor den rechterstoel van Christus moeten verschijnen; doch stellig niet allen ten gerichte; want, gelijk wij gezien hebben, zullen wij daar zijn om te oordeelen en niet om, geoordeeld te worden. Het is, voorwaar, een ernstige gedachte, dat wij volkomen en zonder verschooning voor den rechterstoel van Christus openbaar zullen worden, en die gedachte is wel geschikt om een machtigen invloed uit te oefenen op ons hart en geweten; nochtans behoeft geen geloovige, de sterkste zoo min als de zwakste, daardoor verontrust te worden. Onze personen, onze daden, onze wegen, onze gedachten zullen allen openbaar worden in dien dag; doch dit zal geschieden in de tegenwoordigheid van een oneindige genade en van een wondervolle heerlijkheid. Bij deze openbaarwording staan de heiligen voor den rechterstoel gelijkvormig aan Hem, die op den rechterstoel zit, met een nieuw, verheerlijkt lichaam, aan dat van Jezus gelijk. En de uitwerking van die openbaarwording zal zijn, dat wij ons zullen neerwerpen aan de voeten van onzen aanbiddellijken Verlosser, en Hem loven en prijzen zullen, die alleen waardig is te ontvangen lof, eer en dankzegging.