Verlangen.

 

Naar U, o Heiland! smacht mijn hart,
Naar U, die van mijn zondesmart
Mij eeuwig woudt bevrijden;
Die al mijn zonden op U nam,
Voor mij ook werd het offerlam,
Voor mij de straf woudt lijden.

Naar U, o Heiland! smacht mijn hart.
Toen 'k was in Satan's strik verward,
En dood in mijne zonden,
Zaagt Gij van uit den hemel neer,
Verbraakt mijn boeien, trouwe Heer!
Door U ben ik gevonden.

Naar U, o Heiland! smacht mijn hart.
Werd ik door nood of angst benard,
Gij woudt mijn helper wezen.
In elk gevaar waart Gij nabij;
In elken strijd streedt Gij voor mij,
En niets had ik te vreezen.

Naar U, o Heiland! smacht mijn hart!
Weldra word ik uit strijd en smart
Ten hemel opgenomen.
Haast zie ik U van aangezicht
Als Gij, bestraald met hemelsch licht,
Tot ons zult wederkomen.

 

 
Vorig gedicht

Volgend gedicht