De zilveren trompetten.

 

(Numeri 10.)

 

Verder sprak de Heer tot Mozes, zeggende: maak u twee zilveren trompetten; van dicht werk zult gij ze maken; en zij zullen u zijn tot de samenroeping der vergadering en tot den optocht der legers. Als zij met dezelve blazen zullen, dan zal de geheele vergadering tot u vergaderd worden, aan de deur van de tent der samenkomst. Maar als zij met de ne zullen blazen, dan zullen tot u vergaderd worden de oversten, de hoofden der duizenden van Isral. Als gij met een gebroken geklank blazen zult, dan zullen de legers, die tegen het Oosten gelegerd zijn, optrekken. Maar als gij ten tweeden maal met een gebroken geklank blazen zult, zullen de legers, die tegen het Zuiden legeren, optrekken; met een gebroken geklank zullen zij blazen tot hunne optochten. Maar in het verzamelen van de gemeente zult gij blazen, doch geen gebroken geklank maken. En de zonen van Aron, de priesters, zullen met die trompetten blazen; en zij zullen ulieden zijn tot een eeuwige inzetting bij uwe geslachten. En wanneer gijlieden in uw land ten strijde zult trekken tegen den vijand, die u benauwt, zult gij ook met die trompetten een gebroken geklank maken; zoo zal uwer gedacht worden voor het aangezicht des Heeren uws Gods, en gij zult van uwe vijanden verlost worden. Desgelijks ten dage uwer vrolijkheid, en in uwe gezette hoogtijden, en in de beginselen uwer maanden zult gij ook met de trompetten blazen over uwe brandofferen, en over uwe dankofferen; en zij zullen u ter gedachtenis zijn voor het aangezicht uws Gods: "Ik ben de Heer uw God!"

Wij hebben dit belangwekkend verhaal in zijn geheel voor onze lezers aangehaald, opdat zij in de taal der gewijde schrift de liefelijke instelling van "de zilveren trompetten" mogen beschouwen. Allertreffendst staat het daar vermeld, onmiddellijk na het onderricht met betrekking tot de bewegingen der wolkkolom, en het is op een merkwaardige wijze met de gansche geschiedenis van Isral verbonden; niet alleen met die geschiedenis in haar verleden, maar ook in de toekomst. Het geklank der trompet was voor elk besneden oor een welbekend geluid. Het was de aankondiging van Gods wil in een vorm duidelijk en eenvoudig genoeg, om door elk lid der vergadering gehoord en begrepen te worden, hoe ver hij ook verwijderd mocht zijn van de plaats, waar het getuigenis gegeven werd. God droeg zorg, dat iedereen uit die overgroote menigte, op welken afstand hij zich ook bevond, de zilveren toonen van de trompet der getuigenis kon hooren.

De twee trompetten waren van n stuk zilver gemaakt, en hadden een dubbele uitwerking ten doel. Met andere woorden de bron, waaruit de getuigenis voortvloeide, was n en dezelfde, hoewel het voorwerp en de uitkomst kon verschillen. Elke beweging in het leger moest het gevolg zijn van het geluid der trompet. Moest de vergadering bijeen geroepen worden tot feestelijke vreugde en aanbidding, het was alleen door een zeker soort van geklank der trompet. Moesten de stammen in slagorde te zamen komen tegen den vijand, het was door het blazen der trompet. In n woord, de plechtige verzameling en het uittrekken ten strijde, - de muziekinstrumenten en de wapenen tot den oorlog - alles - alles werd door de zilveren trompet geregeld. Iedere beweging, hetzij tot viering der feesten, hetzij tot de samenkomst of tot den krijg, die niet het gevolg was van dat welbekende geluid, zou slechts de vracht zijn geweest van een rusteloozen, ongebogen wil, die door Jehova in het geheel niet kon goedgekeurd worden. Het zwervende leger in de woestijn was even afhankelijk van het geklank der trompet als van de beweging der wolkkolom. Gods getuigenis, hetwelk op die bijzondere wijze medegedeeld werd, moest den gang der vele duizenden in Isral beslissen.

Daarenboven het waren de zonen van Aron, de priesters, die de trompetten moesten blazen; want de gedachten Gods kunnen alleen in priesterlijke gemeenschap en vereeniging met Hem gekend en medegedeeld worden. Het was het heilig en verheven voorrecht van het priesterlijk geslacht, om rondom Gods heiligdom bijeen te verzamelen, ten einde aldaar de eerste beweging van de wolk op te vangen, en die aan de meest verwijderde afdeelingen van het leger te verkondigen. Zij waren verantwoordelijk om een zeker bepaald geluid te doen hooren, en elk lid der strijdende schaar was evenzeer verantwoordelijk, om zich aan een gewillige, onvoorwaardelijke gehoorzaamheid over te geven. Het zou bepaalde opstand geweest zijn, indien iemand gepoogd had, zich in beweging te stellen zonder het woord van bevel, of zoo hij geweigerd had voort te gaan, zoodra het bevel daartoe gegeven was. Zich buiten het getuigenis om te bewegen, zou een wandelen in de duisternis zijn geweest; terwijl het weigeren om op te staan, wanneer het getuigenis was gehoord, een blijven in de duisternis zou zijn geweest.

Hoe hoogst eenvoudig en praktisch is dit alles. Het kan ons niet moeielijk vallen, om er de kracht en de juiste toepassing van in te zien bij de vergadering in de woestijn.

Bedenken wij echter, dat ons alles als type gegeven en tot onze leering beschreven is, dan zijn wij verplicht, er acht op te slaan; wij worden geroepen om het gewichtige, praktische onderricht, dat in deze bij uitnemendheid schoone instelling der zilveren trompet gelegen is, bijeen te garen en te bewaren. Niets toch is gepaster voor onze tegenwoordige dagen. Die instelling leert den christen iets, dat zijne gansche aandacht verdient. Zij stelt op de duidelijkste wijze voorop, dat Gods volk in al zijne handelingen volstrekt afhankelijk van en geheel onderworpen aan het goddelijk getuigenis behoort te zijn. Een kind kan dit verstaan uit het type, dat ons thans bezighoudt. De gemeente in de woestijn zou zich niet hebben mogen verzamelen tot eenige feestviering of tot eenig godsdienstig doel, totdat zij het geluid der trompetten had gehoord; zoo ook vermocht geen oorlogsheld zijne wapenen aan te gorden vrdat hij door het alarm-teeken opgeroepen werd, om tegen den onbesneden vijand ten strijde te trekken. Zij vereerden God en zij streden; zij reisden en zij rustten in eenvoudige gehoorzaamheid aan de uitnoodiging der trompetten. In geen geval was het ooit de vraag, wat zij al of niet verlangden; hunne gedachten, hunne meeningen of hun oordeel kwamen niet in aanmerking. Het gold eenvoudig en alleen de vraag van onbepaalde gehoorzaamheid. Israls gansche wandel was afhankelijk van het getuigenis Gods, zooals dit door de priesters uit het heiligdom werd gegeven. De lofzang van den aanbidder of het gejuich van den strijder waren beiden louter de vrucht van Gods getuigenis.

Hoe schoon! hoe treffend! hoe leerrijk! en laten wij er bijvoegen: hoe bij uitnemendheid praktisch! Waarom blijven wij er bij stilstaan? Omdat wij de vaste overtuiging koesteren, dat wij hier een les ontvangen, waaraan in de dagen, die wij beleven, groote behoefte is. Is er iets, dat meer dan alle andere dingen dezen tegenwoordigen tijd kenmerkt, dan is het wel ongehoorzaamheid aan het goddelijk gezag - besliste tegenstand van de waarheid, daar waar zij onbepaalde gehoorzaamheid en overgave eischt. Alles gaat goed, zoolang er slechts sprake is van die waarheden in het licht te stellen, die met goddelijke volheid en klaarheid onze vergeving, onze aanneming, ons leven, onze rechtvaardigheid, onze eeuwige zekerheid in Christus voorstellen. Daarnaar wordt geluisterd; ja, men geniet er van. Maar zoodra het de vraag wordt van de eischen en het gezag van dien Gezegende, die zijn eigen leven gaf, om ons van het vuur der hel te verlossen en ons in de eeuwige blijdschap des hemels te brengen, dan worden er allerlei zwarigheden geopperd; allerlei redeneeringen en vragen gezocht; dan wordt de ziel door zwarte nevelen van vooroordeelen omhuld, die het verstand verduisteren. De scherpe kant der waarheid wordt afgestompt, of op duizenderlei wijze ter zijde gesteld. Er is geen wachten op het geluid der trompet; en al wordt die klank gehoord met toonen, z duidelijk als God zelf ze kan maken, dan is er toch nog geen antwoord op de roepstem. Wij stellen ons in beweging, als wij stil behoorden te zijn; en wij blijven in rust, als wij voort moesten gaan.

En wat is het noodzakelijk gevolg hiervan? Of in het geheel geen vorderen, f een vorderen in een verkeerde richting, hetwelk erger is dan niet te vorderen. Het is volstrekt onmogelijk, dat er een voortgaan in het leven Gods kan zijn, als wij ons niet onvoorwaardelijk aan het woord des Heeren overgeven. Wij kunnen door den rijken overvloed der goddelijke genade en door de verzoenende kracht van het bloed des Zaligmakers verlost zijn; maar wij mogen ons daarmede niet tevreden stellen, maar integendeel trachten om, al is het met zwakke schreden, met Hem te wandelen en voor Hem te leven. Zullen wij die zaligheid, die Hij ons door zijn eigen werk gewrocht heeft, aannemen, en niet verlangen naar inniger vertrouwelijkheid en gemeenschap met Hem en naar meer geheele onderwerping aan zijn gezag in alle dingen? Hoe zou het gegaan zijn met Isral in de woestijn, indien zij geweigerd hadden acht te geven op het geluid der trompetten? Gesteld eens, dat zij zich hadden aangematigd, om zich op den een of anderen tijd te verzamelen, hetzij tot feestvieren, hetzij tot eenig godsdienstig doel, en dat zonder de goddelijk-verordende oproeping, wat zou daarvan het gevolg geweest zijn? Of indien zij het op zich genomen hadden, voorwaarts te trekken op hunnen tocht of uit te trekken ten oorlog, voor en aleer de trompetten het alarm hadden geblazen, hoe zou dit uitgekomen zijn? Of eindelijk, zoo zij eens geweigerd hadden, zich in beweging te zetten, als zij door het blazen der trompetten geroepen werden tot de plechtige vergadering, tot den voorwaartschen marsch, of tot den oorlog, hoe zouden zij daarbij gevaren zijn?

Het antwoord op deze vragen is zonneklaar. Laten wij het goed overwegen, want het behelst een behartigingswaardig onderricht. De zilveren trompetten beslisten en regelden den geheelen gang van Isral. Evenzoo behoorde nu het getuigenis Gods in de Gemeente alles te beslissen en te regelen. Die zilveren trompetten werden van ouds hier door de priesters geblazen. Ook nu wordt het getuigenis van God in priesterlijke gemeenschap gekend. Afgescheiden van Gods getuigenis, heeft een christen geen recht te handelen of te wandelen. Hij moet wachten op het woord van zijnen Heer. Totdat hij dit ontvangt, moet hij stil blijven. Heeft hij het gekregen, dan betaamt het hem voorwaarts te gaan. God kan aan zijn strijdend volk thans even duidelijk zijnen wil mededeelen, als Hij het deed aan zijn volk van ouds; en dit doet Hij ook. Wel is waar, doet Hij dit nu niet door het geluid der trompet, of door het bewegen der wolk, maar door zijn Woord en Geest. Het is niet door eenige zaak, die de zinnen treft, dat onze Vader ons leidt, maar door iets, dat op het hart, het geweten en het verstand werkt. Niet door hetgeen natuurlijk is, maar door hetgeen geestelijk is, deelt Hij ons zijnen zin mede.

Doch laat ons ten volle overtuigd zijn, dat onze God een volkomen verzekerdheid aan onze harten kan schenken en ook schenkt, zoowel met betrekking tot hetgeen wij doen, of niet doen moeten, als met betrekking tot de plaats, waar wij behoorden te gaan of niet te gaan. Wel moge het zonderling schijnen, dat wij hierop moeten aandringen - uitermate vreemd, dat een christen dit in twijfel zou kunnen trekken, of het zou kunnen loochenen. En toch is het zoo. Wij zijn dikwijls in verwarring en twijfel; ja, sommigen zijn zelfs gereed om te ontkennen, dat men zekerheid kan hebben ten opzichte van onze handelingen en van de omstandigheden van ons dagelijksch leven. Dit is, voorzeker, een dwaling. Of kan een aardsch vader aan zijn kind zijnen wil niet mededeelen tot in de kleinste bijzonderheden? Wie zal het ontkennen? En zou dan onze hemelsche Vader ons zijnen wil aangaande al onze handelingen van dag tot dag niet kunnen doen verstaan? Ongetwijfeld kan Hij het. God geve, dat geen van ons ooit beroofd mag worden van het heilig voorrecht, den wil onzes Vaders te kennen, ten opzichte van de omstandigheden onzes dagelijkschen levens.

Kunnen wij veronderstellen, dat de Gemeente Gods er erger aan toe is, ten aanzien van leiding en onderricht, dan het leger in de woestijn? Onmogelijk. Maar wat zou dan de reden zijn, dat men zoo menigmaal christenen ontmoet, die in onzekerheid verkeeren omtrent hunnen wandel? Dit moet wel toegeschreven worden aan het gemis van een besneden oor, om het geluid van de zilveren trompet te hooren, en aan een overgegeven wil om die klanken gehoorzaam te zijn. Evenwel zou hier aangevoerd kunnen worden, dat wij niet kunnen verwachten, een stem uit den hemel te hooren, die ons zegt: dit of dat te doen; hier of dr te gaan; of een letterlijke schriftuurplaats te vinden, om ons te leiden in de geringste zaken van het dagelijksche leven. Bijvoorbeeld, hoe kan iemand weten, of hij deze of gene stad behoort te bezoeken, en wel doet er korter of langer tijd te vertoeven? Wij antwoorden: indien het oor waarlijk besneden is, dan zal de zilveren trompet gehoord worden. Stel u niet in beweging voordat zij blaast; doch doet haar geluid zich vernemen, vertraag dan niet meer. Dit maakt alles duidelijk, eenvoudig, veilig en zeker. Dit is het groote geneesmiddel voor twijfel, besluiteloosheid en weifeling. Laat ieder onzer zijn oor geopend, en zijn hart in onderwerping hebben, dan zal hij voorzeker al de zekerheid deelachtig zijn, die God hem geven kan met betrekking tot elk zijner daden of bewegingen. Onze altijd zoo genadige God kan ons helderheid en beslistheid in alle dingen schenken. Doet Hij het niet, dan kan niemand het geven. Schenkt Hij het, dan behoeven wij het van geen mensch.

Laat ons hierbij stilstaan, en thans niet verder voortgaan met de schoone instelling der zilveren trompetten breeder te ontvouwen. Hoewel, gelijk wij vroeger aangemerkt hebben, die instelling in hare toepassing niet beperkt is tot Israel's toestand in de woestijn, maar verbonden is met zijne gansche geschiedenis tot aan het einde toe. Zoo lezen wij ook van het feest der trompetten, van de bazuin des geklanks voor het jubeljaar, van het blazen der trompetten over hunne offeranden. Waarbij wij ons nu niet willen ophouden, aangezien het hier ons doel was, den lezer te wijzen op het hoofddenkbeeld, dat ons in den aanvang van dit hoofdstuk is voorgesteld. Moge de Heilige Geest het zoo noodwendige onderricht van de zilveren trompet diep in onze harten prenten!