"Al wat openbaar maakt, is licht."

(Efez. 5 : 13.)

Al wat kwaad is, al wat onrein in ons is, moet aan het licht komen en geoordeeld worden; want niets bevlekts of onreins kan ingaan in het koninkrijk Gods. Indien wij in het licht blijven, zoo zullen wij het kwaad zien en het oordeelen. Doen wij dit niet, dan laat God het ons zien, en oordeelt het. God bedient zich van allerlei middelen om ons tot zelfkennis te brengen. Hij brengt ons in allerlei beproevingen; Hij doet ons gebrek hebben; Hij brengt ons in angst en droefheid; Hij scheidt ons van hen, die wij liefhebben; Hij zendt ons smarten en lijden; Hij beproeft ons op allerlei wijzen om de verborgen dingen, die met zijne heiligheid niet bestaanbaar zijn, aan het licht te brengen. (zie 1 Kor. 11 : 51.) Het is noodig, dat wij van alle onreinheid gezuiverd worden; en daaraan werkt God in zijne getrouwheid. Hij reinigt ons door het bad des waters door het Woord. (Efez. 5 : 26; Joh. 13 : 6.) Het Woord is vleesch geworden, en heeft onder ons gewoond; het is dus, als het ware, onder ons bereik gebracht. Jezus zegt: "Die mij volgt, wandelt in het licht." Christus was in het licht, in den schoot des vaders; en datzelfde licht heeft Hij in de wereld gebracht. (Joh. 12.) Dat is het licht, 't welk ons verlicht; 't welk alles openbaar maakt, en waardoor wij gereinigd worden. En de Heilige Geest treedt in alle bijzonderheden van het dagelijksch leven; Hij spreekt over alle betrekkingen, waarin wij tot elkander staan, over de betrekking van man en vrouw, van ouders en kinderen, van heeren en dienstknechten. Het is toch in de meest gewone dingen des levens, dat wij geroepen worden, in het licht te wandelen; en "de vrucht des lichts is in alle goedheid, en rechtvaardigheid, en waarheid." Wij struikelen allen in velen; en wij moeten leeren inzien, dat er in ons geen goed woont. Dit is voorzeker pijnlijk en vernederend, maar het is de waarheid, en de waarheid alleen kan ons nederig houden; zij alleen kan ons gedurig meer de genade leeren waardeeren, die ons gered heeft, die ons staande houdt, en die aan ons arbeidt om ons te reinigen en te heiligen tot den dag, waarop wij dr zullen komen, waar niets onreins meer gevonden wordt.