Stroomopwaarts.

 

't Is onmogelijk, dat een christen op zijne loopbaan kan blijven staan; want wij gaan tegen den stroom dezer wereld, en zoodra wij blijven staan, sleept de stroom ons noodzakelijk met zich voort. Gaat men met den stroom, dan behoeft men niet te roeien; men gaat dan van zelf en wel zeer snel voorwaarts, doch een afgrond is het einde. Om tegen den stroom in te varen, moet men bestendig roeien; ziet men echter naar boven, dan gaat het ook van zelf. - Ik stel mij de zaak op de volgende wijze voor. De Heere Jezus is daarboven bij den oorsprong aangekomen, en Hij trekt het scheepje voort door middel van een touw, dat slechts voor het oog des geloofs zichtbaar is. (Zie Hebr. 6 : 11-20 en 12 : 1-3, 4.) - De Heilige Geest is met ons in het scheepje; Hij houdt het roer, en spreekt met ons door de Heilige Schrift van den heerlijken Persoon des Heeren Jezus, van de vreugde en de heerlijkheid, die wij aan het eind onzer reis zullen deelachtig worden. (Joh. 14 : 15-20, 25, 26; 16 : 12-15 en 1 Joh. 2 : 20, 27.)

Zoolang wij onzen blik op Jezus gevestigd houden, zien wij, hoe sterk het touw gespannen is om ons voort te te trekken; onze ooren luisteren naar de heerlijke woorden, welke onze stuurman ons toespreekt; en door deze beide middelen ondersteund, bewegen wij de riemen zonder het te merken. Zij schijnen ons toe zoo licht als vederen te zijn; de weg is kort, het hart is gelukkig - met één woord, alles gaat goed. Zien wij daarentegen rechts of links van het scheepje op de hooge golven en den sterken stroom, dan verliezen wij het touw en Hem, die het trekt, uit het oog; en terwijl wij naar beneden tegen het water bukken, zoo verhindert ons het geruisch de woorden van onzen stuurman te verstaan. Dit is Hem tot groote droefheid; onze armen laten de riemen vallen, en onze blikken, die hunne richting veranderd hebben, zien de schepen, die met den stroom varen. Deze zijn vol goedgekleede en vrolijke lieden, die ons toeroepen: "Komt met ons mede, hier maakt men zich vrolijk!" Ach! hoe dikwijls waren wij in gevaar in een van die scheepjes over te springen, wanneer de stuurman ons niet gegrepen had, opdat wij het hoofd mochten opheffen, en onze ooren mochten openen, om zijne kostbare lessen over Jezus en de dingen, die wij weldra zullen zien, te vernemen - want de tijd is nabij!