"Waakt en bidt"

"Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt," zoo sprak de Heer tot zijne discipelen in den laatsten nacht zijns levens op aarde, toen de macht der duisternis die discipelen, als 't ware, zou trachten te verslinden. Die vermaning hebben ook wij zeer noodig. De dagen, die wij beleven, zijn vol gevaren en verzoeking. De macht der duisternis openbaart zich met kracht. De duivel tracht op allerlei wijze zijn treurig werk - het vermoorden van de zielen der menschen - te volbrengen. Met kracht bereidt hij den weg voor de openbaring van den Antichrist. Het ongeloof en de godloochening nemen hand over hand toe, de menschvergoding heeft een schrikbarende hoogte bereikt, de zinnelijkheid en de ijdelheid des levens kennen bijna geen grenzen meer. Treurig is de toestand der wereld; en ons hart bloedt bij het zien van zoovelen, die met den stroom worden medegesleept. Doch voor de ware christenen is dit niet het gevaarlijkste. Zij kennen den duivel, als hij zich maar in zijne ware gedaante vertoont. De Satan weet dit ook zeer goed, en daarom komt hij tot hen op een geheel andere wijze als tot de wereld. Hij verschijnt in hun midden als een engel des lichts. Op de meest innemende wijze, met de schoonste woorden trachten zijne dienaren de zielen voor zich in te nemen. Zij beginnen met zulke waarheden, die zij vermoeden, dat dadelijk zullen toegestemd worden, of die voor de natuur zeer aantrekkelijk zijn. En wanneer zij dan daardoor de harten aan zich verbonden hebben, dan komen zij langzamerhand met hunne dwalingen te voorschijn. De Irvingianen en de Mormonen zijn daarvan in onze dagen een treurig bewijs. Verscheidene van degenen, die als ware christenen bekend stonden, zijn, helaas! door hen verleid geworden, om de grofste dwalingen aan te nemen, die den persoon en het werk van onzen dierbaren Heer en Heiland onteeren en verwerpen, en zich over te geven aan al de dwaasheden en de afgoderij der Roomsche eeredienst.

Wij zien hieruit, waartoe zelfs de christen, wanneer hij van den Heer is afgeweken, komen kan. 't Spreekt van zelf, dat niemand in eens tot dergelijke dwalingen komt; doch wanneer het hart niet in ware gemeenschap met den Heer is, of wanneer er het een of ander beginsel is, hetwelk men niet wil veroordeelen, of wanneer wij tegen onze overtuiging gehandeld hebben, of het licht, dat de Heer ons in de een of andere zaak gaf, niet hebben opgevolgd, dan vindt de duivel in ons een geschikt voorwerp van verleiding. Hoezeer hebben wij daarom de vermaning van noode: "Waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt."

WAAKT! De duivel is listig, hij deinst voor geen middelen terug, om zijn doel te bereiken. Hij kent zijne zwakheid en maakt daarvan een gretig gebruik. Waakt daarom en weest nuchteren; want uw tegenpartij, de duivel, gaat om als een brieschende leeuw, zoekende wie hij zou mogen verslinden. "Wederstaat den duivel en hij zal van u vlieden.'' Niemand meene, dat hij niet in staat zou zijn tot dezelfde dwalingen te vervallen. Niets is gevaarlijker dan de gedachte: "Ik ben sterk genoeg, ik ben gefondeerd in de waarheid, voor mij kan het geen kwaad naar hen te luisteren en met hen te spreken, want ik zal er toch nooit toe komen." Dit is niets dan zelfvertrouwen en hoogmoed; en hoogmoed komt vr den val. "Die meent te staan, zie toe dat hij niet valle." Die waakt om niet in verzoeking te komen, loopt natuurlijk niet in de verzoeking. Daarom zal ieder eenvoudig en nuchter christen handelen naar de woorden van den apostel Johannes: "Indien iemand tot ulieden komt, en deze leer niet brengt, ontvangt hem niet in uw huis, en zegt tot hem niet: Wees gegroet."

Waakt en BIDT! Alleen de gemeenschapsoefening met onzen God en Vader kan ons voor dwaling en zonde bewaren. In onszelven zijn wij krachteloos en staan wij bloot voor allen wind van leer en voor elke zonde. Maar Gods kracht kan ons bewaren; Gods genade kan ons sterken, en ons staande houden te midden van de stormen van on- en bijgeloof, van dwaling en ketterij. Wij vermogen niets, maar de Heer vermag alles. "Blijft in mij, en ik in u," riep de Heere Jezus zijne discipelen toe. Dat woord klinke u voortdurend in de ooren! Jezus is de waarheid, en wie in Hem blijft, blijft in de waarheid. Bij Hem zijn wij veilig er. zeker.

Daarom, geliefde broeders en zusters! waakt en bidt, opdat gij niet in verzoeking komt. "Houdt dat gij hebt, opdat niemand uwe kroon neme." "Blijft volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden."