Iets over de inspiratie der H. Schrift.

 

De H. Schrift is de openbaring Gods. Buiten haar is er geene openbaring. Zij openbaart ons ten eerste: wat God over den mensch en zijne daden, gedachten en woorden denkt; ten tweede, wie God is in al Zijne volmaaktheid; zoowel in Zijne heiligheid, regtvaardigheid, alwetendheid, als in Zijne liefde, barmhartigheid en genade.

Alleen God zelf kan openbaren wie Hij is en ook wie de mensch is; daar er niemand is, die de geheime drijfveeren van 's menschen handelingen kent en daarom, wilde God door menschen eene geschiedenis van den mensch laten schrijven, dan moest Hij zelf den schrijver door Zijnen Geest de woorden in den mond leggen. Even zoo is het met het tweede. Wilde God Zijne genade en liefde, zoowel als Zijne heiligheid in één woord Zijn karakter als God en als Vader openbaren, dan kon ook Hij alleen de oorsprong dier openbaring zijn en moest dus den schrijver dezer openbaring de woorden in den mond leggen.

Hierdoor weten wij dus, dat de H. Schrift geen woord te veel of te weinig bevat. Indien er ééne geschiedenis van den mensch gemist werd, zoo zou het tafereel niet meer volmaakt; indien er één woord gemist werd in de beschrijving van Gods karakter, wij zouden geene volmaakte beschrijving meer van Hem hebben. Willen wij derhalve iets van den mensch of van God weten, dan hebben wij den Bijbel slechts open te slaan en eene volmaakte schilderij ligt voor onze oogen.

Hierbij moeten wij echter wel bedenken, dat, indien men zegt, dat een historisch boek van den Bijbel geïnspireerd is, dit niet beteekent, dat hetgeen iedereen daarin spreekt is ingegeven; maar dat de schrijver geïnspireerd werd om het ons te verhalen. Wij lezen de taal der boozen, de daden en goddelooze woorden van den duivel, door inspiratie te boek gesteld; het is echter duidelijk, dat die woorden en daden zelven niet geïnspireerd werden. God gaf ons een volkomene schilderij van den mensch en ’s menschen wegen, en van Zijne langmoedige wegen met hem tot dat de volle waarheid in Christus werd geopenbaard. Maar 's menschen wegen waren alles behalve geïnspireerd. Om echter eene ware geïnspireerde geschiedenis van hem te hebben, moeten wij hem zien zoo als hij is, niet opgesmukt door zijne eigene ijdelheid. En van daar komen die smartelijke en schrikwekkende teekeningen, die wij in de Schrift vinden. Zij spreekt de waarheid.