Vergeeft elkander!

 

"Zijt jegens elkander goedertieren, barmhartig, vergevende elkander, gelijkerwijs ook God in Christus ulieden vergeven heeft. Zijt dan navolgers Gods, als geliefde kinderen, en wandelt in de liefde, gelijkerwijs ook Christus ons lief gehad heeft en zichzelven voor ons heeft overgegeven tot eene offerande en een slagtoffer Gode tot eenen welriekenden reuk." (Ef. 4:32 en 5:1, 2).

Heerlijke woorden van den apostel, die ons eenen blik doen slaan in de volkomenheid onzer verlossing! Zijt dan navolgers Gods, als geliefde kinderen. Ziedaar de roeping, waarmede wij door den Vader geroepen zijn. Hetzelfde karakter dat God openbaart, zullen ook wij als Zijne kinderen openbaren. Dezelfde liefde waarmede Christus ons lief gehad heeft, zullen wij ook onder elkander verwezenlijken. Wij zijn door Christus met den Vader in gemeenschap gebragt en daarom zegt Hij: "weest dan gijlieden volmaakt, gelijk uw Vader, die in de hemelen is, volmaakt is." En dit is mogelijk geworden, hoe onmogelijk het ook schijne voor het verstand, omdat Christus zichzelven voor ons heeft overgegeven tot eene offerande en een slagtoffer Gode tot eenen welriekenden reuk. Hij heeft ons vernieuwd in den geest onzes gemoeds en wij hebben den nieuwen mensch aangedaan, die naar God geschapen is in ware regtvaardigheid en heiligheid.

Zijt dan navolgers Gods! Om dit te kunnen zijn moeten wij het karakter Gods of liever God zelven in al Zijne volheid kennen. Wij moeten Zijne oneindige liefde en genade, die Hij ons bewezen heeft, verstaan. En waar zullen wij dit alles beter leeren kennen, dan in Christus! In Hem, den Zoon Zijner liefde heeft God zich volkomen geopenbaard. Christus is de volkomene uitdrukking van dit karakter. Hij wandelde op deze wereld in de volkomene kracht der liefde. Alles wat Hij gedaan heeft, alles wat Hij gezegd heeft, al Zijne wegen in de wereld hadden tot oorsprong de liefde Gods. God, die liefde is, geopenbaard in het vleesch. Daarom vinden wij, in Jezus een voorbeeld voor onzen wandel.

De maatstaf, waaraan onze vergevensgezindheid en liefde zal getoetst worden, is de vergevensgezindheid en liefde Gods. God wil Zijn eigen beeld in ons afgespiegeld zien. "Zijt jegens elkander goedertieren, barmhartig, vergevende elkander gelijkerwijs (op dezelfde wijze) ook God in Christus ulieden vergeven heeft. Wandelt in de liefde, gelijkerwijs ook Christus ons lief gehad heeft." God is liefde en uit kracht Zijner liefde zond Hij Zijnen eenigen Zoon om ons door Hem te behouden en van den dood te verlossen. Dat Hij ons vergeven heeft ontstond uit Zijne eeuwige liefde. Daarom is het ook voor ons onmogelijk elkander te vergeven, zoo wij elkander niet vuriglijk liefhebben. Want het vergeven der zonden is iets wat geheel en al tegen onze natuur strijdt, daar de apostel in hoofdst. 4 : 18 van diegenen, die buiten Christus zijn, zegt: zij zijn verduisterd in het verstand, vervreemd van het leven Gods door de verharding huns harten, ongevoelig.

Ieder kind Gods zal dan ook gevoelen, dat het alleen de genade is, die deze gezindheid in ons kan bewerken; want wanneer men denkt, daartoe zelf in staat te zijn, dan bewijst men daardoor weinig te begrijpen wat vergeven is. Het moet een vergeven zijn zoo als God ons vergeven heeft. En God zegt: uwe zonden en uwe ongeregtigheden zal ik geenszins meer gedenken, (Hebr. 10 : 17). Al onze zonden zijn voor eeuwig uit Zijn boek gewischt en bedekt door het bloed van Christus; "In Jezus hebben wij de verlossing door Zijn bloed, de vergeving der misdaden, naar den rijkdom Zijner genade." God vergaf ons, en wel zoo volkomen dat Hij onze zonden niet meer gedenkt, en ons nu beschouwt als volkomen regtvaardig. Op dezelfde wijze nu, geliefden, en in dezelfde mate zullen wij elkander vergeven. Het is eene gezindheid, die alleen de volmaakte liefde Gods, die in onze harten is uitgestort, kan bewerken. O, hoe menigmaal hebben wij hierin gefaald! Hoe dikwijls waren wij niet ongezind eenen broeder te vergeven! Hoe menigmaal was ons hart niet met bitterheid, ja met haat vervuld! Wij hebben ons in dit opzigt veel voor den Heer te verootmoedigen. Het komt hier op het hart aan. God wil eene volkomene vergevensgezindheid; niet ten halve, maar geheel. Wanneer Hij vergeeft dan doet Hij het volmaakt, zoo zal het ook bij ons zijn. Dat is geen vergeven, wanneer de mond woorden uitspreekt, terwijl het hart er verre van af is. Dat is geen vergeven, wanneer men met den mond betuigt alles vergeten te hebben, doch door daden toont, dat alles nog niet uit het hart is verdwenen. De liefde betoont zich juist in daden, in die kleine en fijne bijzonderheden, die alleen een teeder en liefdevol gemoed kan uitdenken. De liefde gevoelt mede met dengene die misdaan heeft, en zij gevoelt hoe moeijelijk het zijn kan voor den gevallen broeder, om werkelijk te gelooven dat alles vergeven is, en daarom toont zij hem bij iedere gelegenheid, dat zij nog even sterk is gebleven, en niet in het minst is verflaauwd, ja eerder toegenomen. Zij gevoelt hoe pijnlijk het voor hem moet zijn, om door eenig woord of door eenige daad aan zijnen val herinnerd te worden. Zij bedekt zooveel mogelijk hetgeen geschied is voor het oog van anderen en loopt niet met de gebreken van dezen of genen broeder te koop. Zij is werkelijk verheugd, wanneer het haar mogelijk is te vergeven; zij werkt zoo lang op het gemoed van hem, die gezondigd heeft, tot dat het hart gebroken is en hij tot bekentenis komt en is dan terstond gereed de wonde te heelen. En ook dan, wanneer zij schijnbaar hard moet zijn, is het alleen omdat zij anders haar doel niet kan bereiken en daarom is het haar toch alleen te doen. Jezus zeide tot de FarizeŽn: gij adderen gebroedsels en toch weende Hij over Jeruzalem, omdat zij Zijne stem niet had gehoord.

Vergeeft elkander en verloochent u zelven; zie daar twee zaken, die hand aan hand gaan; daarom zegt Paulus: "de liefde is niet afgunstig; de liefde is niet opgeblazen; zij handelt niet ongeschiktelijk; zij zoekt zichzelven niet, zij wordt niet verbitterd; zij denkt geen kwaad." En juist dan, wanneer dit in ons hart is gewerkt, dan zijn wij in staat op elkander acht te nemen en elkander te vermanen. Ook daarin zal zich de liefde openbaren. Hoe meer liefde ik heb, des te meer zal ik ook de gebreken van anderen ontdekken en openbaren, niet om hen te bedillen of verdriet aan te doen, maar om hen te bewaren van vele verkeerdheden en hen te genezen van vele gebreken. Ook God handelt alzoo met Zijne kinderen en Hij zegt mij Zijn navolger te zijn. Hij openbaart den verkeerden toestand des harten om Zijn kind verder te brengen op den weg der heiligmaking.

Gezegende werkzaamheid, mijne broeders, ons door God opgedragen! De liefde is de band der volmaaktheid, omdat zij de kracht der gemeenschap Gods zelve is en zij ons voor alles bewaart, wat Hem niet welgevallig is en onzen broeders tot aanstoot kan zijn. Het uitnemendste van alles wat God ons gegeven heeft, is de liefde. Zonder liefde zijn alle gaven en talen en profetiŽn en goede werken niets. De liefde is eeuwig. Hetzij profetiŽn, zij zullen te niet gedaan worden; hetzij talen, zij zullen ophouden; hetzij kennis, zij zal te niet gedaan worden; het geloof zal verwisseld worden in aanschouwen; de hoop zal verwezenlijkt worden; doch de liefde vergaat nimmermeer. Daarom, mijne broeders, laat ons met zorg dezen schat bewaren; het is een schat, die blijft tot in het eeuwige leven; het is een schat, die ons voor den troon van Christus heerlijke vruchten zal schenken. Laat ons dan in die liefde, die uit God is en tot God wederkeert, wandelen en alzoo betoonen, dat wij werkelijk verstaan, wat het zegt, dat God ons in Christus al onze misdaden heeft vergeven.